Breed description 
(Dutch)

.

Wat is dat, een

NORFOLK TERRIER ?

Een kleine, maar toch sterke en robuuste hond met een compact lichaam op korte, stevige poten met als totaalbeeld een echt oorspronkelijke verschijning. De kop heeft met de korte snuit, de donkere ogen en de kleine hangoren een vrolijke, pientere uitstraling. De vacht is ruwharig en dicht en is vuil- en waterafstotend en biedt zo een goede bescherming tegen weersinvloeden. Kenmerkend is ook de harige halskraag die het ruige voorkomen van de hond onderstreept. Onder het ruwe dekhaar echter bevindt zich een zachte, warme ondervacht. De vacht is meestal tarwekleurig tot roodbruin (in vaktaal aangeduid als "rood"); er zijn echter ook Norfolks in "black and tan" (dus met een zwart "zadel" op de rug). De (korte) staart staat parmantig naar boven en is overeenkomstig de opgewekte, vrolijke natuur van de hond, veel in beweging. Kort en treffend is ook wel de vergelijking met een "bezem zonder steel", welke duidelijk maakt dat de Norfolk Terrier op het eerste gezicht er niet uitziet als een veredelde rashond, doch eerder als een goed gelukt toevalsproduct! De grootte is, gemeten aan de schouder 25 à 26 cm, en het lichaamsgewicht van de volwassen Norfolk bedraagt 5 à 6 kg, waarbij afwijkingen naar boven en beneden zeker kunnen voorkomen.

Geschiedenis:

De oorsprong van de Norfolk Terriers ligt in Engeland. In de 19e eeuw werden zijn voorouders in East Anglia gehouden voor de ratten- en muizenjacht op graanboerderijen en in paardestallen. Bij studenten uit Cambridge waren deze hondjes geliefd om met ze de rattenjacht, zelfs als een regelrechte sport, te beoefenen. Nadat tal van fokkers door de jaren heen hun best had gedaan om een terriertype van eigen bodem te formeren, erkende de Britse Kennel Club in 1932 de Norwich Terrier (met staande én hangende oren) als zelfstandig ras. In 1964 kregen beide varianten echter verschillende standaards; de honden met hangoren zouden van toen af aan Norfolk Terrier heten.

Aard, karakter:

Het vriendelijke en ongecompliceerde karakter van de Norfolk Terrier bekoort niet alleen "nieuwelingen", maar ook hondenbezitters die reeds eerder ervaring met andere hondenrassen opdeden. Enerzijds opgewekt en altijd tot plezier maken en spelen bereid, zijn Norfolks daarnaast prettig en aangenaam om rustig om je heen te hebben; ze zijn gemakkelijk op te voeden, ze zijn niet vechtlustig met andere honden, waarin ze zich onderscheiden van vele andere terrierrassen. Norfolks zijn waaks, doch zijn geen ongegronde keffers. Maar ze moeten, als elk levend wezen, niet als kinderspeelgoed beschouwd worden.

(tekening: Elisabeth Matell)

Gedrag:

In tegenstelling tot grotere hondenrassen kan men Norfolks Terriers overal mee naar toe nemen. Ze zijn klein genoeg om onder de arm, of in een rugzak meegedragen te worden (in het vliegtuig mogen ze mee de cabine in), maar ze zijn toch ook weer volhardend genoeg om aan lange wandelingen deel te nemen. Men zou ze voor geleidehondenexamens kunnen opleiden: Norfolks begrijpen snel! Ook op een kleine ruimte zijn ze goed te houden, indien ze maar genoeg bezigheden hebben en beweging krijgen (waarbij de dagelijkse behoefte aan beweging beperkt is, uiteraard overeenkomstig de kleinheid van de hond). Niet zelden worden twee of zelfs meer Norfolks tezamen gehouden, omdat deze kabouters ook daarbij geen problemen veroorzaken; of alleen, als "gezelschapshond" die u voortdurend bij u hebt, of als "gezinshond" die vreugde in uw huis brengt...geschikt zijn Norfolks voor iedereen die voor hun "ruige charme" bezwijkt.

Verzorging:

De ruwe vacht behoeft geen dagelijkse verzorging; af en toe kammen en borstelen is voldoende. Een- tot tweemaal per jaar moeten dode haren door plukken met duim en wijsvinger verwijderd worden. Dit "trimmen" kan men met wat belangstelling en "fingerspitzengefühl" zelf leren. Overdreven "styling" is bij dit ras niet gewenst; het zou maar afbreuk doen aan zijn natuurlijke verschijningsvorm...

Kort en goed:

De Norfolk Terrier is geen hond voor huismussen, en is ook geen modehondje om uitsluitend mee te flaneren door binnenstad of winkelcentrum. De Norfolk is een heerlijke metgezel voor verre wandelingen in de natuur, een echte kameraad die zijn baasje volgt door dik en dun. Als een onervaren hondenkoper geweten had welk een robuuste en onverschrokken hond hij aan een van deze kleine dappere durfals zou krijgen..., dan had hij stellig van gevoeliger rassen afgezien.

Hoe kan men aan een Norfolk Terrier komen:

Dit ras is in Nederland en Duitsland nog steeds schaars aanwezig, en zelfs bij veel hondenvrienden nauwelijks bekend. Dit komt omdat enerzijds de vakliteratuur aan dit ras weinig aandacht schenkt, anderzijds omdat er niet zo erg veel fokkers van zijn. Toch zult u op (grotere) hondenshows wel regelmatig Norfolkfokkers kunnen treffen. Wendt u tot hen om informatie.

Breng rustig, ter oriëntatie, eerst bezoeken aan meerdere fokkers, om een indruk te krijgen hoe de honden, en de omgeving waarin ze opgroeien, eruit zien, en om te weten te komen of de fokker ook na de aankoop van een pup u nog met raad en daad ter zijde zal staan. U wenst een hond voor vele jaren; dat moet u enige moeite waard zijn. Verantwoordelijke, gewetensvolle fokkers zijn er op bedacht dat hun jonge Norfolkjes uitsluitend zullen overgaan in goede en vertrouwde handen; deze fokkers zullen u daarom hunnerzijds óók enige vragen stellen...

© Hinsch/Erlandsson / vertalingSteinhage (1999)

Mehr Info zu der Rasse Norfolk Terrier: Geschichte, Wesen, Haltung, Pflege, Standart usw.
http://www.norfolkterrier-info.de

 

"Gimcrack" en "Badger"

[index]

.

.

.